The ocean is bleeding salt
On the coldest nights of January
comes a dragonfly,
luminescent, but yet wary,
sleeping in the sky.
I've seen her many times, my sister.
Tell me you have, too.
Many times I've tried to kiss her,
but ended up with you.
How is it that she flies so high,
while we here walk so low?
I surely do not wish to try--
I only want to know.
She looms there in the stars above,
under midnight's cover.
She watches over us, my love,
when we can't watch each other.
I wonder what her motive is,
if she has one at all.
I wonder if she's being forced--
if she wants to fall.
I know the stars have drowned now,
and I know the night is cold.
I know you're weighted down
by all the loving that you hold.
But I think that she can heal us,
and I think that you will see
that the dragonflies within us
are the ones that set us free.
This one knows us all by name--
our secrets she could tell.
She knows that we are both the same.
And, yes, she knows you well.
The dragonfly of January,
iridescent blue.
Did you speak to her, my faerie?
Did she speak to you?
Is there yet another life
underneath her wings?
Is it worth the pain and strife
and madness this one brings?
Will she be there when I come?
And you, my fellow fly--
will you stay beside me when I'm
sleeping in the sky?
Just how much loving can you carry?
Will it be enough?
And will it still be January
when you wake me up? .

look at the mess you left behind
a year and a half ago
now look what it turned in to
fuck you, gunner
fuck you, gunner
i’m even more beautiful
than i was back then
the saddest part is that
i’m not there to feel it

redribbonroses:

rude

het is ochtend en we liggen in bed. je legt je koude hand op mijn been en ik schrik terug. je komt steeds dichter naar me toe, je ruikt naar sigaretten en jenever. de aderen in je ogen zijn goed te zien door de wiet van vannacht. ik sta op, en loop richting de deur; je komt achter me aan, grijpt mijn pols en smijt me neer op een kussen in de hoek van de kamer. je springt boven op mij, de spieren in je armen en nek zijn gespannen, je probeert me te zoenen en ik sla je weg. je pakt mijn handen vast en houdt ze boven mijn hoofd, met de ander trek je mijn broek uit. ik wil niet, ik walg van je, maar dat kan je niet schelen. mijn spieren verslappen van schrik, ik vecht niet meer tegen en je doet snel je kleren uit. ergens haal ik de kracht vandaan om je te schoppen, ik roep mijn broertje, hij komt en trekt je van me af. het is je dit keer niet gelukt. nu volg je mij, ik zie je overal, je wilt wraak omdat ik je niet in mij heb toegelaten. 

'en ik leef in een roes
het licht doet pijn’ 
alles doet pijn

behalve het warme water
waarmee ik mijn bevroren bloed
probeer te ontdooien
in de hoop dat het mijn hart
ook verwarmt

behalve de hoge stemmen
van mijn feeën muziek
dat is te rustig voor jou
het is rustgevend voor mij

je snapt het niet
ik doe onredelijk
niks is goed en mijn wangen
zijn nat 

ik ben net zo goed als jij
ik ben net zo goed als jij
ik ben net zo goed als jij
ik ben net zo goed als jij
ik ben beter dan jij
ik ben beter dan jij
nee

All will go
And one day
We will hold
Only the shadows.
by Carl Sandburg, from “Losses” (via awritersruminations)